Jassen en dassen
De dagen vergingen tergend langzaam
Net als eindeloze nachten in de ijskoude winter
Maar jij had warme jassen en warme dassen
Maar geen huis waarin ze je pijn wat verzachten
Maar de nachten hielden op zoals ze hadden gezegd
Een zon brak door en de vogels gingen fluiten
De narcissen gingen bloeien en kinderen gingen stoeien
Maar jij staarde uitzichtloos naar het verre buiten
Voor jou maakte het niet uit wat voor seizoen het was
Jij bleef treurig binnen, uitgesloten van de vreugde
Van de vele kleuren en de onwetende- niet kennende geuren
Jassen en dassen op zilveren haakjes in de grote houten kasten
Twee stoelen voor het raam, en maar één is er bezet
Geen huis waarin de pijn wat werd verzacht
Alle herinneringen komen langzaam terug, stuk voor stuk
Als de jassen en dassen in de grote houten kasten.
Reacties op ‘Jassen en dassen’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
