Horatius' Lied - III 26.
In den Tempel van Venus Marina.
Onlangs nog leefde ik de meisjes waardig
en diende ik als soldaat niet zonder glorie;
de wapens en den dood door oorlog
-- mijn lier -- zal deze muur nu hebben,
die de linkerzij van de Venus Marina
bewaakt. Hier, plaatst hier de lichtende
fakkels en de hefbomen en de dreigende
pijl-en-bogen gericht op vleugeldeuren.
O Godin, Die heerst over het rijke Cyprus
en Memphis vrij van Thracische sneeuw,
Koningin, raak met uwe verheven zweep
éénmaal Chloë die verwaande !!
Vertaling: ç™½ç‹ [Witte Vos.]
NB: Venus Marina = de uit de zee opgestegen Venus
> Aphròditè ["a-FRÒ-die-tie"]
NB2: Chloë ["KHLÒ-wie" (Bach) of "KLÒ-wie"] =
"(het) jonge groen", "(de) jonge scheut".
HORATII CARMEN - III 26:
VIXI puellis nuper idoneus
et militavi non sine gloria.
nunc arma defunctumque bello
barbiton hic paries habebit,
laevum Marinae qui Veneris latus
custodit - hic hic ponite lucida
funalia et vectes et arcus
oppositis foribus minaces.
O Quae beatam Diva tenes Cyprum et
Memphin carentem Sithonia nive,
Regina, sublimi flagello
tange Chloen semel arrogantem.
_ _ _
NOTITIES:
ik-leefde voor-meisjes onlangs waardig/bekwaam
en ik-diende-als-soldaat niet zonder glorie/roem
nu wapens (acc.) de-dood(=acc.)-ook door-oorlog
(mijn/mijne-) lier deze muur hebben-zal
linker van-de-Zee die van-Venus zij(de)
[>> qui laevum latus Veneris Marinae]
bewaakt/beschermt - hier hier plaatst (imp.) licht(-end)-e
(was-)fakkels en hefbomen/koevoeten en (pijl-en-)bogen
naar-tegenoverliggende-vleugeldeuren dreigende.
O Die (pluralis majestatis) gezegende (acc.) Godin (nom.)
__ U/jij-houdt/beheerst Cyprus (acc.) en
[>> O Diva Quae tenes beatam Cyprum et]
Memphis (Griekse acc.) vrij-van (acc.)
__ Sithonische(=Thracische) (abl.) sneeuw (abl.)
Koningin (met)-verheven-zweep/gesel (abl.)
raak (imp.) Chloë (Griekse acc.) éénmaal (de) arrogante (acc.).
_ _ _
Bron: "AERE PERENNIUS" [?? > (DE) AERE PERENNI],
scherts en ernst in de oden van Horatius,
door C.P. Burger Jr.(1926), blz. 96,
"In den Tempel van Venus Marina (III 26)".
Alsook: "Q. HORATI(I) FLACCI CARMINA" recensuit
Fredericus Vollmer. (Editio Minor) MCMXVII (1917).
[Er zit een drukfout in > laevom > laevum.]
Reacties op ‘Horatius' Lied - III 26.’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
