vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Het verlangen naar mijn maat
Kijkend in de hemel en pratend tegen je foto,
Voel ik het stuk, uit mijn hart gerukt, dat pijn doet in de frisse wind.
Het ligt zwaar op de maag, die knoop van onverteerde wensen.
De woorden blijven hangen in de lucht,
geen baken van licht dat laat zien waar ik ben.
Zoals de frisse wind kon spelen met mijn haar,
rukt de kille storm nu de bladeren van mijn takken.
De warme voedende wortels die mij aarden,
verworden tot ketens die mijn onvrijheid bewaren.
Mijn dorheid gaat kapot, breekt als basis voor het nieuwe leven,
het hopen te delen, wat ik van jou heb gekregen.
Rust zacht
Reacties op ‘Het verlangen naar mijn maat’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
