1001 Gedichten

1001 gedichten

Zet ook uw gedichten op 1001Gedichten.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht
vorige gedicht

Onder de Yggdrasil

Onder de Yggdrasil

Stilte, Gij, Stouten, en hoort mij ter Lering aan
Staat en weet te horen, Gij, Groten en de Strijders
Ik breng U brandend, uw af te leggen Lot
Is niet de Wijze, die zich te leren zwijgen weet.

Ik vermaak U beste Buit uit de rusteloze Reis
In pracht te zeggen wat ooit was en pronkte
Geen Goud blonk meer dan de Blik der Goden
Die wachtten op hun Doem en dodend Lijden.

Geen Man zal naar zijn Sterven streven
Maar het Leven lezen als de hoge Asen
Met geen Falen tellen de Daden en de Dagen
Geen Man zal zijn Tijd en Sterven vrezen.

Hier is Heer, de Meester van de Tochten
Hier ziet het ooit gegeven blinde Oog
De Vrager van de Vrucht der Vrouwen
Staat zijn Staf en waait de wijde Mantel

Ik tel zijn Ondergang Alvader’s Feilen
Waterwader, heimelijk drieste Kinderdrager
Opdat daar gij keren kan ter uwer Tijden
Straf en Striemen voor verlopen Leven

Werp weg Balders bijl en brand
Het kille kind, liederlijke waterlast
Vecht U vreeswekkend vrij naar de Wouden
Van weleer, Heer zijn zonder Deren

De wilde Jager boog onder gedwongen Doop
Krachteloos de Kruiper in Nacht en Nevel
Aan Angst werd elkeen geboeid en gebonden
Ontken de Hemel, ontketen de hele Aarde

Wees de Wereld de Berijder, de Alter Adelaar
Meester en Maat, de Donder boven de Alding
Op Ruiter’s Vuist, Rechter hoog gezeten Heer
Wees woudloos Boom die Schaduw schijnt.

vorige gedicht
Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Geplaatst op

Over dit gedicht

' Alliteratie', zei de oude dichter en zette er een punt achter......

Geef uw waardering

Op basis van 7 stemmen krijgt dit gedicht 4 van de 5 sterren.

Social Media

Tags

Edda Guidovangeel Skalden

Reacties op ‘Onder de Yggdrasil’

  • In het gedicht heeft Guido van Geel verschillende aspecten gezet die doen denken aan de skaldische dichtstijl. Skalden waren de Scandinavische dichters in de tijd van de Vikingen. Ze schreven voornamelijk in Dróttkvætt, een dichtvorm waarbij, net als in ‘Onder de Yggdrasil’, alliteratie als meest voorkomende rijmvorm wordt gebruikt. Wat echter niet overeenkomt met dróttkvætt is het metrum. Skalden schreven vooral trocheïsche gedichten, terwijl dit gedicht dactylisch lijkt. Het is wel weer opvallend dat, terwijl dróttkvætt uit acht regels bestaat, dit gedicht acht kwatrijnen heeft. Verder bevat het gedicht een paar anaforen en antitheses en zoals bij veel Noorse gedichten zijn er cryptische benamingen van Odin in verwerkt. Het gedicht is oorspronkelijk een verwijzing naar het verhaal van Sint Christoffel, die de schrijver veel deed denken aan Odin toen hij de heilige afgebeeld zag staan in een kerk en het is een oproep om een authentieke mens te zijn, maar kijkend naar de Noorse mythologie heb ik een andere interpretatie gevonden. Zo dacht ik dat het gedicht was gebaseerd op de VÇ«luspá. Om dit te begrijpen is eerst wat achtergrond informatie over de Noorse mythologie nodig. Om te beginnen zijn er in Noorse mythologie verschillende soorten goden, waarvan de Asen het belangrijkst zijn. Odin is de oppergod en de Alvader van de Asen en staat erom bekend dat hij altijd op zoek is naar wijsheid. Hij heeft een van zijn ogen geofferd om toegang te krijgen tot Mimirs bron, de bron van wijsheid. Verder is het voor dit gedicht handig om Balder, de god van het licht, te kennen. Hij is een van de zonen van Odin en hij is de meest geliefde van de Asen. Balder kreeg ooit een boze droom en om achter de betekenis van deze droom te komen riep Odin een dode vÇ«lva, een soort zieneres, vanuit Helheim, het rijk van de doden. De vÇ«lva verklaart vervolgens in de VÇ«luspá, een deel van de Edda, het boek waarin de Noorse mythen zijn geschreven, aan de Asen wat de droom te betekenen heeft. De zieneres vertelt over Ragnarok, het einde van de wereld en het begin van een nieuwe. Ragnarok zou nabij zijn wanneer Balder sterft. Met deze kennis vond ik dat het gedicht veel leek op de VÇ«luspá. De vÇ«lva zou dan degene zijn die aan het woord is in het gedicht en dan zouden de Asen degenen zijn waar tegen gesproken wordt. “Gij, Stouten” en “Gij, Groten en de Strijders” verwijzen dan naar de Asen, die luisteren naar wat de vÇ«lva te zeggen heeft. In het gedicht wordt volgens mijn interpretatie aan de Asen – met name aan Odin – verteld dat, als er iets niet goed gaat, ze niet bij het verleden moeten blijven hangen, maar dat ze verder moeten gaan met de goeie gevolgen van het verleden. Zo voorspelt de vÇ«lva ook dat na Ragnarok weer een nieuwe, mooie wereld ontstaat en dat de Yggdrasil, de levensboom, zal blijven bestaan. In de nieuwe wereld vliegt volgens de mythologie een arend door de lucht en in de laatste alinea wordt ook een arend genoemd die boven de Alding – Een soort parlement in het oude IJsland – vliegt en die dus ook doorgaat en niet in het verleden blijft hangen.

    Rúnar - 03-07-2019 om 15:10

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Onder de Yggdrasil