Stilte
Niets maar dan ook niets anders neem ik waar,
Dan het ruisende geluid van kloppende aderen,
Die het onheispellende geluid van de stilte omringen,
Wegvluchtend van wat eens een vreugdevol rumoer was,
En jolig juichten van geluk.
Bewegingsloos staar ik naar de stilte,
Luisterend naar het dovende licht,
Dat de scherven van een gebroken ziel,
Onbarmhartig terugkaatsen in een rimpelloze echo,
Haar kracht verliezend in de galm van de kalmte,
Waarin ik mezelf aanschouw.
Turend en kwijnend naar weerklank en muziek,
Onverwachts doof gemaakt door stervende oren,
Vergiftigd door weerzinwekkende woorden die jij sprak,
Niet meer in staat om te luisteren,
Het geloof in mijzelf doorbroken,
Ben ik geworden tot de stilte.
Reacties op ‘Stilte’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
