Tussen varenbladeren
Beter zat ik tussen varenbladeren,
verscholen, zwiepend in 't woud.
Knielend op 't zacht, zompig mos,
al was 't puur om lijfsbehoud.
Beter dool ik tussen oude eiken,
om geest en lichaam te verrijken.
Buiten 't bereik van uw dom gehuil.
Buiten 't bereik van Uw dreigende leeuwemuil.
U nadert elkaar met de glimlach
van de witgewassen onschuld.
Maar 't blijkt de lach van winstbejag,
die U slinks en geduldig heeft verhuld.
Al deze woorden en 't wee gezwam,
hebben geen vat op 't varenblad.
Waaronder, nochthans natgeregend,
nog geen enkel van U tot nu toe kwam.
Tussen varenbladeren,
waan ik mij veilig, slechts nu.
Maar morgen zie ik tegemoet,
daar U dan ziet,
wat Uw glimlach
met deze wereld doet.
Reacties op ‘Tussen varenbladeren’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
