vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Watertrappelen
Het voelt als watertrappelen,
En jij staat op de kant.
Torent hoog boven me uit,
Je reikt me niet de hand.
Het water komt soms in mijn mond,
Ik hou niet lang meer vol.
Je kijkt me aan, schiet in je lach,
Je ogen zijn leeg en hol.
Ik heb je nodig, help me nou,
Jij draait je om, loopt aan.
In plaats van me uit het water te helpen,
Laat je de minuut, opnieuw ingaan.
Op de rand gaan hangen,
Om te rusten zal niet gaan.
Ik ben bang dat je terug zult komen
En op mijn vingers zult gaan staan.
Zal ik uiteindelijk verdrinken?
Kom ik ooit door dat trappelen heen?
Jij zult mij niet komen redden,
Ik ben zoals altijd alleen.
Reacties op ‘Watertrappelen’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
