ik ben van niemand
Ach, kom nou schat, het is zo voorbij,
ik hoorde het hem nog zeggen.
Doe niet zo stom, je houdt toch van mij?
Tja, daar viel niets meer aan toe te leggen.
Ik zag hem staan, zijn bovenlichaam ontbloot,
en hij keek me aan, met een blik alsof hij zilveren kogels naar mij schoot.
Ik weet het niet, zei mijn zachte stem, en ik wilde naar achteren lopen.
Maar alsof mijn mening hem koud liet, knoopte hij langzaam mijn bloesje open.
Verstard keek ik hem aan, heb je me niet gehoord? Maar dit kwam er nog zachter uit.
En hij ging gewoon verder, geheel onverstoord, en bekeek me als een gewonnen buit.
Je bent van mij, en dat moet ik bewijzen, waren zijn woorden zo krachtig en hard.
Ik ben van niemand, maar dit durfde ik alleen te denken, en greep naar het glas waarmee de avond was gestart.
Ik wilde naar huis, en schreeuwde dit door de kamer, in de hoop dat iemand mij horen zou,
De deur ging open, maar niet door een vreemde het was hij die me naar buiten gooide, in de kou.
daar zit ik dan, geheel ontredderd, en in tranen op de stoep,
en hij kijkt me aan, zo minachtend als het maar kan, terwijl ik wanhopig om hulp roep............
Ingezonden door
Kirsten
Geplaatst op
13-12-2010
Geef uw waardering
Op basis van 1 stemmen krijgt dit gedicht 1 van de 5 sterren.Tags
KwaadReacties op ‘ik ben van niemand’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
