Random riming
jantje had een koekpantje op het strandje,
in een mandje,
met zijn tandje,
voor een eilandje en gaf een mooi handje,
en las een krantje, zag plots een olifantje,
toen viel ie van het randje en viel op een plantje,
brak zijn armbandje en stiekem ook zijn horlogebandje,
zag een vierkantje maar dat was een misverstandje want hij is een bijdehandje,
toen gingie naar een restaurantje en at een croissantje, vanap een afstandje,
en zag plots een klein brandje en toen verbrande hij zijn wantje,
speelde als een figurantje maar werd stiekem een predikantje en een luitenantje,
hij kocht een diamantje, in een groot toestandje,
toen vielie door het verbandje en stond in een geil standje, toen spoot ie met zijn deodorantje,
was een groot degutantje en een afrikantje?
hij werd geen briljantje en viel toen terug in een mandje en werd gebakken in een pantje maar overleefde alles dus was hij nog steeds ondoodbaar
*einde*
Ingezonden door
Pieterjan Verhoeven
Geplaatst op
22-10-2010
Over dit gedicht
het koelste gedichtje ooit
Geef uw waardering
Op basis van 10 stemmen krijgt dit gedicht 4 van de 5 sterren.Tags
Figurantje Jantje Mandje PredikantjeReacties op ‘Random riming’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
