Op reis
Heel toevallig kwam ik haar tegen
Ze zei me toen, mijn naam is Jo
Ze was zo lief, gewoon een zegen
Totaal niet arrogant of zo
Kleine handjes, kleine voetjes
Dat lieve lijf, dat mooie koppie
Ze kuste mij zo heel erg zoetjes
Het leven was weer even toppie!
Ze bleef, want dat is wat ze wou
Ik had er zeker niets op tegen
Ik voelde al ik hou van jou
Maar moest nog wikken en nog wegen
Kan dit echt wel zo? zo uit het niets
Maakte ik mezelf wat wijs?
Toen zei ze me, dat was niet niets
Kom met me mee, we gaan op reis!
Ja, hallo!, en waar naar toe dan?
Ze is nu stil, kzie dat ze lacht
Dat, zei ze, zul je nimmer weten,
als je hier blijft en hier wacht.
Ben dus niet langer daar gebleven
Ben met haar meegegaan
Het was het beste in mijn leven
We reisden samen naar de maan!
Op de maan toen aangekomen
Vertelde ze, ik hou van jou
Ik was tot het besef gekomen
Ik wil je graag Jo, als mijn vrouw
Ze is van mij nu, ik van haar
Niemand die ons dat ontzegt
U zegt nu vast, wat leuk zo’n paar!
Dat zegt u goed en heel terecht!
Mijn naam is Jo, was hoe’t begon
En nu, na al die tijd
Sta ik versteld van hoe het kon
Ik wil haar nooit meer kwijt!
Reacties op ‘Op reis’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
