Pesten
Eenzaam zit ze altijd in de hoek van de klas.
Lezend in een of ander boek, dat ze maar half las.
Altijd zit ze alleen, geen enkele vriend.
Is dit nou wat ze na alles verdiend?
Altijd word ze gepakt, door de stoere groepen,
Niemand die luisterde naar haar,
Terwijl ze zo vaak naar hulp zit te roepen.
Altijd is zij overal het dupe van geweest,
Ze wist niet eens waardoor.
Ze probeerde eraan te ontvluchten,
Niets wetend dat ze ondertussen zichzelf verloor.
Wat ging er eigenlijk nou bij haar gigantisch mis,
Waardoor niemand wist wie zij werkelijk is?
Blauwe plekken verbergt ze onder haar lange mouwen,
Dat ze haar nou net als nerd beschouwen.
Nooit huilde ze, nooit liet ze haar tranen zien,
Soms, maar dan alleen, misschien?
Tot ze er niet meer tegen kon,
Die dag liep langzaam voorbij,
Nergens scheen meer de zon,
Of ligt het nou aan mij?
Een levenloos lichaam werd gevonden,
In een meer, totaal verdronken.
Een schok gaat door haar klasgenoten heen,
Toen voor hun de werkelijkheid verscheen.
Ineens weet iedereen wie ze was,
Dat zij zo gezellig was in de klas,
Ineens verschenen er tranen van verdriet,
En beweerden ze; ‘We vergeten haar niet’
Wat wouden haar klasgenoten nou eigenlijk bereiken met schelden,
Dat zij niet meer meetelde?
En nu kwamen ze toch te laat met spijt,
Want ze zijn haar voor eeuwig en altijd kwijt.
Ingezonden door
Verwijderde gebruiker
Geplaatst op
08-02-2008
Geef uw waardering
Op basis van 22 stemmen krijgt dit gedicht 4 van de 5 sterren.Tags
Dood Eenzaam Spijt Vergeten WerkelijkheidReacties op ‘Pesten’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
