vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Storm
Het waait,
regent,
de lucht is grijs.
Een zwarte vogel vliegt,
waait,
fladdert,
door de grauwe lucht.
Geen enkel geluid,
alleen,
als je goed luistert,
ver weg het ruisen van de zee.
En dan opeens,
een flits,
een knal.
Je schrikt,
gilt,
maar niemand hoort je.
Het is koud,
de wind speelt met je haren,
die in natte strengen langs je gezicht hangen.
Ze springen,
dansen,
leiden een eigen leven.
Je rode jas bolt op,
je broek is doorweekt,
je wilt naar huis.
De zwarte vogel krijst,
nog een flits,
weer een knal.
Dan ben je er,
eindelijk
in je eigen, warme, knusse huisje.
Reacties op ‘Storm’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
