Twee gezichten
Er was eens een meisje,
Die twee gezichten had.
De één die was heel stil,
de ander nam voor de mond geen blad.
Het meisje komt in de problemen,
Reageerde zich té snel af.
Wat kon het haar ook schelen?
Als er niemand voor haar was?
Dan loopt ze naar haar vriendje toe,
De straat is leeg en stil.
Dan blijft ze plotseling stil staan,
bedenkt of ze écht wel wil.
Ze is nu in het parkje,
Verdrietig en alleen.
Ze zag dus net haar vriendje,
Met zijn armen om een ander heen.
Ze loopt maar weer naar huis toe,
Er is te veel verdriet.
Als ze plots weer stil blijft staan,
Regent 't dat t giet.
Ze is naar een bos gegaan,
Haar haar is klef en nat.
Ze was zó verdiept in het riviertje,
Dat ze alles weer vergat.
Dan loopt ze dieper het bos in,
Helemaal tot het hart.
Ze denkt nog aan het water,
Ook al is ze al kletsnat.
Ze richtte al haar woede,
Helemaal tot de maan;
En denkt: 'Laat mij maar varen,
in het riviertje verder gaan.'
De volgende ochtend was ze spoorloos,
Maar de maan die wist waar ze was:
Ze was naar haat enige bestemming,
ver van dal en gras.
Reacties op ‘Twee gezichten’
-
Speciaal....
Rowena - 03-03-2011 om 20:21
