vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
De ziel
Verwilderde handen graaien
met gekromde vingers
als een gemene lach
naar het schreewend lichaam
dat met zijn eindeloze gedachten
door de hoge golven heen
tracht door te breken.
Alsof het in drijfzand staat
zakt het dieper weg
onder de wiekende klauwen
die zichzelf strelen in hun ijdelheid.
Als een eenzaat verdwijnt het in de ijle lucht.
Met een zachte glimlach
kijkt het hen een laatste keer aan.
In de gekwelde ogen lezen zij
dat zijn ziel nooit zal vergaan.
Ingezonden door
ingrid de vos
Geplaatst op
14-06-2009
Over dit gedicht
men beseft niet wat men in het hoofd van iemand kan aanrichten
Geef uw waardering
Op basis van 2 stemmen krijgt dit gedicht 3 van de 5 sterren.Tags
PesterijenReacties op ‘De ziel’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
