de overkant
(tweespraak)
vanwaar uw haast o zoeker
terwijl uw voet te angstig is
om grond te raken
voorwaar de aarde dreigt u niet
de overkant riep ik
de overkant roept mij
hij is wat mij drijft
het water zal mij dragen
de kant van rust en vrede
de kant van geloofwaardigheid
bedenk mijn dwaalspoormens
waar leugen nog niet is geboren
kent men ook de waarheid niet
voor het licht u heeft gevonden
is het al donker wat u ziet
laat angsten niet uw brandstof zijn
ga liever dan te voet
naar de berg van kortgeleden
kijk naar uw daden
zeg dan vastberaden
uw gebeden en
bepaal opnieuw uw richting
ik wil naar de kant
waar liefde bloeit
in alle perken
geen struik geen boom
ontkomt zijn gloed
het wild gewenst en
stekende insecten
met hun angel strelen.
de slang zal blijven
wie hij is
de sluiper de gluiper
de eeuwig kwade hielenbijter
maar hoedt u bovenal
voor de slang die vleugels
heeft ontvangen en
uw gedachten lezen kan
en al uw verlangen
veroordeelt tot aard' en steen
de overkant de overkant
wat lokt u daar zo heet
kijk naar wat u achter laat
het tij is gunstig
de veerman wakker
de sterren zijn mij welgezind
wellicht dat ik vanavond als
de maan in volheid
haar koude vlammen zendt
mijn tocht verlicht
de grote sprong durf wagen
waak en zet uw ogen scherp
opdat u wel de juiste veerman kiest
er zijn er die u lieflijk strelen
doch u naar het zwarte diep verschepen
ik hou mijn kaarsen brandend
zodat ik immer
mijn terug kan vinden
ik zie u heeft voor al gezorgd
bovendien al oud en wij
vaya con dios dan mijn mens
ik wens u goede reis
Reacties op ‘de overkant’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
