Kuddekeer
Ze rennen achter een op hol geslagen kudde edelherten
In hun midden onvolwasenen, met stakerige poten en wit vlekkerige huid
In hun rugzakken dragen ze emmers, bijlen, en speren
Hun benen omzwachteld in leren laarzen die donker glimmen in het maanlicht
Tussen ontbladerde takken zoekt de maan hun sporen
Herfstbladeren kleven als zuignappen aan hun zware jassen
In een lange, stille sliert volgen ze elkaar door het donker
Geen zicht op de grond, alleen een vage verte voor hun ogen
Bij de verkoolde boom, waar vier paden elkaar kruisen
gaan ze in een kring staan, hun laarzen stevig naar binnen gericht
Een kring sluit elke weg af, elk spoor geblokkeerd
En in zwijgen wachten ze, tot de kudde draait en hun kant opkomt
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
16-04-2025
Geef uw waardering
Op basis van 0 stemmen krijgt dit gedicht NAN van de 5 sterren.Tags
KuddeReacties op ‘Kuddekeer’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
