De oevergangers
Met bezweerde handen kijk ik in het hemelruim,
op zoek naar iets bekends
Ik heb al mijn hoofdharen met een nagelschaartje verwijderd,
om niet herkend te worden
Stap in het onstuimige water,
laat schuimige golven over mij heen spoelen
Ik kijk naar de ploeteraars op de oever,
sommigen met kniehoge kaplaarzen,
bang om in plassen te trappen
anderen op blote voeten,
genietend van natte klei tussen hun tenen
Zodra zij uit het zicht verdwenen zijn,
zie ik anderen aankomen
met dikke overjassen en hoge hoeden,
angstig voor optrekkende koude
daartussen in poedelnaakten,
met alleen een sjaaltje om hun hals
Als ze allemaal achter de horizon verdwenen zijn,
stap ik uit het water
maak gebruik van de diepe voetafdrukken,
die al die oevergangers in de klei hebben gedrukt
Tuur in de lege verte, in de hoop nog een teken van hen te zien
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
09-04-2025
Geef uw waardering
Op basis van 0 stemmen krijgt dit gedicht NAN van de 5 sterren.Tags
OeverReacties op ‘De oevergangers’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
