De Hebzuchtige Heren
Zetelend op hun gouden tronen. De tanende stem des lands minachtend. De vingers dik en vet, van geoliede spijzen. Begerig wijzend, naar hun beoogde vangst.
Het zwaard reeds geheven, klaar voor de strijd. Een nimmer bevredigde schaduw waart over het land. Waar klaagzang en wee tieren. Gelijk een huilende wind die waait door de bomen.
Doof en zonder genade, de zakken uitgepuild. Gevuld met goud, bloed en tranen. De ruggen van hun onderdanen krom, gebukt onder zware lasten.
Buiten huilt een kind, met holle ogen. Het land is stil, bijna doods, een stilte die snijdt als een mes door boter. De tastbare spanning, borrelt onder de grond. Wachtend, groeiend gevoed door leed.
Ingezonden door
max
Geplaatst op
05-03-2025
Geef uw waardering
Op basis van 2 stemmen krijgt dit gedicht 3 van de 5 sterren.Tags
MaxasrReacties op ‘De Hebzuchtige Heren’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
