Kop en schotel
Tafel overspannen met hagelwit linnen,
één mes, gekarteld met namaak ivoren handvat,
één ontbijtbord, half leeggegeten,
één kop en schotel, thee half leeggedronken
Vier pluche stoelen, alle vier leeg
Zegt het schoteltje tegen het kopje,
"Til je even op, je bent zo zwaar geworden"
Zegt het kopje tegen het schoteltje
"Droog jij je eens af, ik sta al een hele tijd in het nat"
Zegt het schoteltje,
"Ik herinner me nog de warmte,
toen je net tot de rand gevuld werd,
en dampend op me stond"
Zegt het kopje,
"Nu zweet ik koude druppels,
al lang geen warmte meer gevoeld"
In de kamer hangt een verlaten sfeer
Het laken begint te verkleuren door de bovenhangende tl-lamp,
vertoont al de eerste kreukels
Ooit klonk gelach om deze tafel,
nu slechts het geritsel van een verschuivend gordijn,
bij het gebarsten raam
De klok tikt eenzaam, echoot door de stille ruimte,
waar de geur van oude thee zich met stof in de lucht mengt
Het schoteltje is opgedroogd,
lijkt op een dorre gescheurde moddervlek
De thee ooit amberkleurig,
nu nachtdonker ingedroogd,
ontsierd door roestachtige vlekken op zijn binnenwand
Op het schoteltje en in het kopje ingedroogde vliegen,
een vervuild kerkhofje op een porcelijnen ondergrond
Reacties op ‘Kop en schotel ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
