De schuur
De schuur met gebroken ramen, tranen van oud verdriet,
door spinnenwebben dichtgeweven, ziet hij nauwelijks het veld
Zijn land, waar hij al generaties lang getuige van is,
zijn wereld, ooit een toevlucht voor hamer, nijptang en rijtuig
waar hij alles tegen de grillen van de hemel beschermde
Zijn deur hangt aan één verroest hengsel,
de ander door een modderstroom verzwolgen
Houtwormen vinden er hun toevlucht,
een levendige wereld in talloze nauwe gangetjes
Door gespleten golfplaten sijpelt vuil regenwater,
als angstzweet dat de vloer doordrenkt,
waar steeds grotere plassen blijven liggen,
een paradijs voor watervlooien en springstaartjes
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
07-10-2024
Geef uw waardering
Op basis van 1 stemmen krijgt dit gedicht 2 van de 5 sterren.Tags
SchuurReacties op ‘De schuur ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
