Dwalers
Eens passeren de zoekenden de slagboom,
waarna geen terugkeer meer mogelijk is
Op de weg van vervallen huizen,
met uit hengsels hangende voordeuren
De route bezaaid met basaltblokken,
hun voeten naar de eeuwigheid dragend,
lijkt een zwarte weg met duisternis omhuld
Waar zijn de gekleurde standbeelden gebleven,
eens machtige goden, nu vervallen steenklompen
Aan het einde wacht een weidse triomfboog,
waar de hoop in stilte is verstikt,
omringd door zwaar bewapende wachters
Hun speren steken ver boven de doorgang uit,
alsof ze het bovenaardse in bedwang houden
Op de binnenplaats staan gouden stoelen
Hier zetelen in brokaten gewaden de machtigen,
wachtend op de komst van de dwalers,
spiegelend in het heldere water van de ovale vijver,
omgeven door de laatste weerkaatsing van de ondergaande zon
Reacties op ‘Dwalers’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
