Onaangetaste zielen
Zie de portretten gespijkerd op uitbottende bomen,
als een stille galerij van verloren zielen,
gevuld met hoop, verlangen en vergankelijkheid,
de wereld liefdevol met gebogen armen omhelzend
Ze staren op de straat, waar gedwongen verkeer meedogenloos raast,
waar fietsers diep gebogen onbekende bestemmingen najagen,
waar wandelaars elkaar vergeten te groeten
Daar hangen ze, in weer en weder, naast en tegenover elkaar,
een afspiegeling van het voorbijgaan,
allen met dezelfde uitdrukking van verbazing,
onwetend wie hen daar genageld heeft, of waarom
Onwetend waarom hun geen blik waardig wordt gegund,
alsof ze geen bestaansrecht hebben
Elk portret vastgehecht met vier spijkers, één in elke hoek,
met aan elke draadnagel een jute draad,
versierd met een gouden munt,
waarin drie gaten zijn geboord, één voor het heengaande koord,
één voor het terugkerende,
en het derde om zowel naar elkaar
als naar verre horizonten te turen
Omdat frisse regen dagelijks de vuiligheid van de portretten afspoelt,
blijft hun geesteskracht onaangetast voor de stormen van het leven
In de nacht, als rust bedrijvigheid heeft verdreven,
delen zij wederom hun ervaringen en geheimen
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
20-08-2024
Geef uw waardering
Op basis van 0 stemmen krijgt dit gedicht NAN van de 5 sterren.Tags
PortretReacties op ‘Onaangetaste zielen ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
