Glinsterend gordijn
Onder een reusachtige boog hangt een fel gekleurde touwladder,
een regenboogbrug tussen hemel en aarde
Sommige treden door de tijd gehavend tonen wijdse openingen,
herinneringen aan vervlogen stappen
Hij wiegt lichtjes heen en weer in toegenomen wind,
als een zachte adem die de stilte beroert
Onderaan staan figuren in een processionele rij, gehuld in ordekleed
Elk met een zilveren beker onder hun mantel verborgen,
hun rode stoffen schoenen duidelijk zichtbaar onder hun opgeschorte pijen
Zij wachtten op klokgebeier om hun rust te doorbreken
Zodra het klokgelui als een sacrale vloed het plein overspoelde,
beklom de eerste broeder met vaste tred de ladder,
zijn beker stevig in zijn rechterhand geklemd
Met zijn linker hield hij zich onwankelbaar aan het gerafelde touw vast,
om zijn weg omhoog te vinden
Boven aan de boog gekomen, leegde hij zijn beker met een sierlijke zwaai
De vloeistof sijpelde langzaam en traag langs de stenen beren naar beneden
Toen de stilte het plein beheerste, had de laatste zijn beker leeg geschonken
Het was een prachtig gezicht hoe de vochtige boog in de zon schitterde,
een glinsterend gordijn van licht en druppels
Reacties op ‘Glinsterend gordijn ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
