vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Geruisloosheid
Ik sta op de drempel, schouder aan schouder met twee passanten
Ik kijk verbaasd in hun bleke gezichten
Zij zijn onwetend van wat hen bij overschrijding te wachten staat
Wij vertoeven allen in zacht vertrouwen tot de deur haar geheimen openbaart
Er hangt een zware stilte, gebeitst op de snede van spanning
Uiteindelijk klop ik met gekromde wijsvinger op de zware eiken poort
Het voelt alsof hij van kurk is, buigzaam en toegevend
Mijn vinger strekt zich geduldig,
wachtend op verandering in deze beklemmende geruisloosheid
Reacties op ‘Geruisloosheid ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
