Eiken spiegeltjes
Op het landgoed van de landlord prijkt een reusachtige eik
Zijn robuuste stam torent als een Griekse zuil hemelwaarts
Hij is door de eeuwen heen vermoeid
Onder het gewicht van de vele seizoenen
heeft hij met verschillende takken steun op de grond gezocht
Daardoor zijn zijn houtige armen breed uitgewaaierd
Zo ver dat ze een deel van de begraafplaats bedekken
en rustende zielen in een altijd durende schaduw hullen
Toen een jongetje naar een zerk staarde,
vroeg hij met een zachte stem aan zijn moeder:
mamma gaan zij nou nooit dood
De eik zuchtte toen hij dit hoorde en dacht aan vroeger,
toen hij nog een jong twijgje was,
badend in het licht van nieuwe dagen
Toen hij bij een zuchtje wind schaduwtjes op het gras wierp
Nu is hij diep in de aarde doorgedrongen
Zijn wortels hebben al menige steenslag doorboord
Het enig genot dat hij nog kent is dat hij bij zonneschijn zijn takken kan strekken
om zo zijn glimmende bladeren als spiegeltjes te laten fonkelen
Reacties op ‘Eiken spiegeltjes ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
