Deze oever
Hij tuurde door de brievenbus naar buiten,
een smalle oogspleet naar de buitenwereld
Omdat de brievenbus onderaan de buitendeur was bevestigd,
lag hij languit op zijn buik in de gang, zijn hoofd wat geheven,
licht steunend op zijn geschaafde ellebogen,
als een slaper gewekt door morgenlichtstrepen
Hij keek naar zijn kano in de rivier, volgelopen met water
Het glinsterende oppervlak weerspiegelde nog niet verdrongen maanlicht
De peddel was tussen kale boomtakken gestoken,
die de melancholie van vele waterreizen dragen
Vandaag wilde hij gaan varen langs de oude schuur
Daar hing zijn Zuidwester aan een haakje,
zijn trouwe metgezel in weer en onweer
Ook daar rustte zijn kompas in een oude kast op de bovenste plank,
zijn wegwijzer naar rivieren en meren
In de schuur stond eveneens een gietijzeren emmer zonder hengsel,
zijn medestander in het gevecht tegen wateroverlast
Die zou hij dus goed kunnen gebruiken
om de last van het water te verlichten
Maar hij wist niet in de schuur te komen,
zonder met zijn kano de rivier over te steken
Waardoor hij immer aan deze oever gekluisterd werd
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
21-06-2024
Geef uw waardering
Op basis van 0 stemmen krijgt dit gedicht NAN van de 5 sterren.Tags
KanoReacties op ‘Deze oever’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
