Kleurenvergezichten
Aan gene zijde van het duin slingert een smal zanderig pad
Links en en rechts begrensd door een zee van kruipwilg,
die als een zilveren golf het pad omarmt
In de ochtendzon kronkelt het pad gelijk een lichtgevende slang,
naarstig op zoek naar een doorgang naar zee
Op het pad lopen een man en een vrouw gearmd,
hun stappen in een harmonie van verbondenheid
Hij draagt een groene pofbroek, zij zweeft in een gele hoepelrok
Door de gele klimopbrem, verstrengeld in de wilgenstruiken,
lijkt haar rok te groeien als een bloem in de zeewind
Haar ogen dansen in de schittering van de zilveren blaadjes van de wilg
Zijn broek lijkt enkel schaduw te omhelzen,
zodat een onoplettende wandelaar zou denken dat hij geen broek draagt,
slechts gehuld in ochtendschemering
Ze stoppen regelmatig om kleurenvergezichten vast te leggen
Reacties op ‘Kleurenvergezichten ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
