Verwrongen droom
Ze zat op haar knieƫn in het zachte zand,
aan de oever van een rivier waarin morgengloed weerspiegelde
Ze waste haar handen in zilveren golfjes van kabbelend water
Ving in een handen kommetje helder water op
en plensde dat over haar gezicht als een verkwikkende doop
Ze was niet van hier, maar van achter de bergen,
waar oude legenden vertoeven en de tijd traag verglijdt
Het land van de dwergen verborgen en klein
Waar men met houten hamertjes op veelkleurige kleden klopt
Kleden met voetafdrukken van jaren gevuld met stof en zand
Die echoos verschuilen en verhalen vertellen van reizen door bergen en dalen
Ze was hier gekomen om aan de eentonigheid te ontsnappen,
om nieuwe dromen te zoeken in het gloren van de ochtend
Ze wilde de rivier bevaren, maar wist niet hoe
Ze voelde zich gevangen in haar dromen
In haar rugzak had ze een boek meegenomen,
haar gids voor verdere ontdekking
Ze hunkerde naar stemmen van anderen, maar de lucht was met stilte verzadigd
Starend naar de stroming zat ze voorovergebogen,
in stille hoop en verwachting
Haar zuchtend verlangen naar zeilen en peddels, bleek een verwrongen droom
Reacties op ‘Verwrongen droom ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
