Ijzige rillingen
Ze zat als in een vergeten droom op het vochtige gelige gras
en keek naar de windopgebolde lakens
Ze had ze met de hand in een vuurhouten tobbe gewassen,
met versgemaakte reuzelzeep, de geur van haar zorg uitstralend
Bij opkomend morgenrood had ze de lakens door een handwringer gehaald
Omdat de houten rollers versleten waren,
kwamen er steeds meer gaatjes in het bedlinnen
Door het kantwerk van de openingen kon ze nu naar de bewolkte hemel kijken
Ze zag er tegenop de lakens nog te fladderen,
door met een cylindervormig stuk hout
alsmaar over het linnen te rollen
Het was zwaar werk, te zien aan haar eeltige en schilferige handen
Ook dacht ze aan het moment
dat ze onder de pas gestreken lakens lag
De scheurtjes in de stof gaven haar altijd ijzige rillingen
Maar bij het ontwaken schonk het haar een gelukzalig gevoel
Reacties op ‘Ijzige rillingen ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
