vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Leliehaantjes
In diepwater rusten geborgen zonnestralen en westenwinden
Aan het oppervlak drijft een glanzend lelieblad, waarop leliehaantjes lopen
Met hun helderrode kleur gelijken ze op ondergaande zonnetjes
Tussen hen door kruipen slakjes die minigaatjes in het blad gevreten hebben
Behendig weten de kevertjes over deze inkervingen te springen
Een enkeling lukt het niet, maar die klautert weer snel op het blad
Ook zij laven zich aan het waterlelieblad,
fraaie kartelrandjes makend
en zo het blad als een gehavende koningsmantel achterlatend
Reacties op ‘Leliehaantjes ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
