Hemelspitsklokken
In kleermakerszit vlij ik op mijn gouddoorregen tapijt
Houd mij stevig aan de zijkanten vast
In het midden heb ik een rond gat geknipt, afgewerkt met amberdraad
Kijkend door deze ontsluiting zie ik mijn dorp onder mijn ogen vernevelen
Het schijnt alsof de kerktoren ver overhelt,
een sluier werpend op smalle steegjes
Ik voel hemelspitsklokken sonoor tegen mijn magisch kleed echoën,
op- en neergaande klanken deemoedig resoneren tot een welluidende melodie
Plots slaat de tijdmelder twaalf uur, door lucht als tijdsgewricht gedragen
Op het ritme van klepelslagen ervaar ik tijdrillingen
Ik drijf verder en omarm liefkozingen van hagelwitte wolken
Reacties op ‘Hemelspitsklokken ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
