vorige gedicht
volgende gedicht
vorige gedicht
volgende gedicht
Jamboterhammen
Ze lopen hand in hand over een kiezelstrand
Zij heeft een wapperende zakdoek in haar hand
Hij sleept een wankel karretje achter zich aan
Bij een volgende pier gaan ze even rusten op haar zakdoek
Ze zien woeste golven tegen het havenhoofd slaan en
aan andere zijde als een waterval in zee verdwijnen
Uit het wagentje haalt hij een nat zakje met jamboterhammen
Reacties op ‘Jamboterhammen ’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
