Dijen kletsen
Met gebreide sokken en een plusfourbroek sjokt hij door het laantje,
dat aan een zijde grenst aan een muur,
andere kant aan een doodlopende sloot
De muur wordt gesteund door beren,
volgestort met puin en zand
In de muur heeft hij stenen uitgehakt
Zo is een steile stenen trap ontstaan
Langs die trap kan hij in een beer klimmen,
waar hij op de rand ervan gaat zitten
Bij het klimmen is zijn plusfour gescheurd,
zodat zijn dijen goed zichtbaar zijn
Hij laat ze opwarmen in gerieflijke middagzon
Begint op zijn dijen te kletsen,
dat in de beer wordt weerkaatst
Het geluid lijkt op een meervoudig waterorkest,
als hij met vlakke handen flink op beide dijen kletst
Reacties op ‘Dijen kletsen’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
