Pronkerige prins
Zij ging achteroverliggen in het gras,
bepeinzend wie ze eigenlijk wel was
Is het die pronkerige prins die ze verwachtte,
of die goud geverfde koets die ze verachtte
Toen hij het zilvergerand gordijntje openschoof,
keek hij niet naar haar, maar omhoog
Hij droeg een donker rode hoog gerande hoed
Op afstand leek het wel alsof hij hevig had gebloed
Zal hij zich bezeerd hebben aan uitstekende delen
Wat zal zich in godsnaam in die koets afspelen
Zij verrijst en begint achter het rijtuig aan te hollen
Ze ziet de vitrage door opkomende wind opbollen
Met een grote boog vliegt onverwachts zijn hoed door de lucht
Hij wappert en kantelt alle kanten op in die windzucht
In haar sprint botst ze tegen de hoed en ruikt zijn zweetlucht
Ze schrikt en vertrapt onbedoeld de hoed in haar vlucht
Ingezonden door
Paul Duyvesteyn
Geplaatst op
25-02-2024
Geef uw waardering
Op basis van 0 stemmen krijgt dit gedicht NAN van de 5 sterren.Tags
LiefdeReacties op ‘Pronkerige prins’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
