zuidooster
je blaast onze kelen droog
mijn lippen hard
de zanderige blik
zoekt tegendraads
de richting
zuidooster
ben je daar geboren
wie bracht je groot
het jonge geboomt’
buigt naar onwillige kanten
hoe was je als kind, wind
toen je nog klein was
een speelse luttele lentewind
giechelend tussen de jonge blaadjes door
je verstoppen achter de stal
om me dan plots schaterend
vol in het gezicht te blazen
je stormt op me af
van heel ver
over landen en wateren
je schopt het hooi voor je uit
en jaagt virtuoos de poederklei
van zijn land
omhoog van zijn vaste voet
van ver kom je
veel verder nog
dan Beieren Oostenrijk
Roemenië Macedonië
het moet wel Turkije zijn
want het zand brandt
in de ogen van hen
die het wagen
tegen je in te kijken
wie heb je gestreeld, wind
wie heb je geslagen
waarom kom je mij plagen
op deze warme dag in april
zucht zand in mijn ogen
misschien wel uit Syrië
allicht dat het brandt
en dat ik tranen nodig heb
om dat te blussen
blaas maar verder, wind
de zee wacht op je
en als je moe wordt
ga dan even liggen
Reacties op ‘zuidooster’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
