DE MONSTERTRUI
DE MONSTERTRUI
In het donkere woud
Was het vreselijk koud
Daarom zat er een monster te pruilen:
“Ik heb het zo koud
In dit donkere woud
Ik moet er gewoonweg van huilen!”
Zijn klacht werd gehoord
Door Dorien van der Voort
En ze dacht: “Wie is daar aan het klagen?”
“Misschien iemand in nood
Heel erg ziek of half dood!
Ik ga het maar eventjes vragen!”
Ze is snel gegaan
En trof het monster toen aan
Het bibberde van onder tot boven
Met oren paarsblauw
Door die vreselijke kou
Het was bijna niet te geloven!
Dorien is spontaan
Aan het breien gegaan
En heeft hem een coltrui gegeven
En bij volle maan
Heeft hij die aangedaan
En toen hoefde hij nooit meer te beven!”
Reacties op ‘DE MONSTERTRUI’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
