Zo ver, zo hoog...
Zo ver…
Zo hoog…
Zo bijna onbereikbaar.
Wanneer kan alles haalbaar zijn?
Wanneer kan ik weer leven?
Het maakt kapot, heel diep van binnen…
Het geluksgevoel is zoek…
Ik moet dat weer herwinnen.
Maar wat, als je niet eens meer weet
hoe gelukkig voelen voelt?
Als geluk steeds wordt verdreven,
door het zwarte in je leven?
Het zwarte in je diepe ik,
het zwarte in je hart,
verdrijft gevoelens van geluk
en maakt alle mooie dingen stuk.
Vechten,
vechten tot je niet meer kunt.
Tot je bereikt hebt wat je wilt
of tot het juist niet is gelukt….
Want wat als het me niet zal lukken?
Dan is het vechten fijn voorbij.
Maar ik moet winnen zegt een stem.
Het hele kleine lichtje… diep in mij.
Het verlangen is nog groot.
Verlangen om zo op te geven.
En niet meer zo te hoeven vechten
voor het fijne in dit leven.
Eén keer snijden en het is goed.
Eén keer op die ene plek.
Waar samen met de pijn en zorgen,
alles wegvloeit met het bloed.
Alles wegvloeit… nooit meer pijn.
Nooit meer vechten voor mezelf.
Want waarom zou je alles geven
voor iemand waar je zelf niet mee kunt leven?
Ik vecht nog even door,
ik kan het nu nog niet.
Bijna heb ik het gedaan,
maar gelukkig zijn er mensen
waarvoor ik door wil gaan.
Reacties op ‘Zo ver, zo hoog...’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
