vorige gedicht
vorige gedicht
De kapitein (Deel V)
Daar vaart hij traag zijn haven binnen,
zijn zwarte steek fier in zijn hand.
Alwaar hij zijn beloning zal innen,
landen zijn laarzen in het zand.
Zijn gouden schat heeft hij niet mee,
hoe aanlokkelijk ook, haar krijgt hij niet.
Uitkijkend over de eindeloze zee,
verstopt hij zijn verdriet.
Hij bewaart de kaart in zijn hoofd,
diep onder zijn donkere steek.
Omdat onaangenaam verdoofd,
dit het toch het beste leek.
Mijmerend met zijn hand op zijn rapier,
verdrinkt hij zijn gevoelens in koude grog.
Willoos gaat hij op zoek naar zijn vertier,
missen doet hij haar immers toch.
Reacties op ‘De kapitein (Deel V)’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
