De kapitein (Deel I)
Schuimend vaart de Scapha haar koers.
De stille oceaan glad als blauw velours.
Goed gevuld met 's werelds goud.
In haar buik van noest gevormd hout.
In de kajuit drinkt haar kapitein zijn drank.
Starend naar de kielzog, zo smal zo rank.
Deinend op het ritme van de zee.
Voert hij zijn schatten mee.
De drieste golven zijn geluwd.
Nu de wind hen gestaag verder duwt.
Hun buik gevuld met overmaat.
De kapitein een huichelend onverlaat.
Hij verliet zijn schuit immers roekeloos.
Nog voor zij het ruime sop verkoos.
Na jaren zwerven op de wijdse zee.
Drijft zijn keuze nog altijd met hem mee.
In het kielzog dagen de schimmen van weleer.
Doen de kapitein denken telkens weer.
Om al het 's werelds goud te permuteren.
Voor de baren hem voorgoed verteren.
Reacties op ‘De kapitein (Deel I)’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
