1001 Gedichten

1001 gedichten

Zet ook uw gedichten op 1001Gedichten.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht
vorige gedicht

Een van de Wandelende Doden

Als ik de warmte van de zon
Op een zonovergoten dag niet kan voelen,
Wanneer ik zo afgestompt ben
Dat ik mijn voeten niet voel
Zelfs als ik ze stamp op de grond
Tot er een gat in de aarde zit,

Wat ben ik dan,
dan een van de wandelende doden?

Zelf al zie ik de kronkelende maden niet
Die zich door mijn spieren en beenderen boren,
Zelf al kan ik het verlies niet gewaarworden
Van mijn gestroopte huid, mijn weggesmolten merg,
Ze zijn toch maar een camouflerend masker,
Een harnas van verval, een mantel waaronder ik verberg

Dat ik een van de wandelende doden ben.

Metsel me in de muur tot ik sterf,
Ontzeg me de lucht waardoor ik adem,
Strompel als een uiteenvallend lijk
Op het ritme van mijn zielloos hart,
Dan zal ik mijn naam in mijn eigen bloed
Op de achterkant van de bakstenen muur schrijven,
Samen met een vloek die me voor eeuwig gevangen houd,

Want er is maar een zwarte gedachte,
Die door mijn verdonkerde geest knaagt,
Want nu ben ik een van de wandelende doden,
En het brand ik mijn levenloze ogen,
Het is de nooit stillende honger naar:

‘Menselijk vlees!’

© Rudi J.P. Lejaeghere
06/02/2016

vorige gedicht
Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Geplaatst op

Foto's

Geef uw waardering

Op basis van 1 stemmen krijgt dit gedicht 2 van de 5 sterren.

Social Media

Tags

Dood Vlees Wandelend Wormen

Reacties op ‘Een van de Wandelende Doden’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Een van de Wandelende Doden