Limericks over de tuinvogels 10 t/m 18.
De Sijs
Er waren eens Arnhemse sijsjes
zo genoeglijk als daar de meisjes
van tierelier
en bedplezier
maar rekenden ook hun prijsjes.
De huismus
Een huismus uit het Bossche
had zeden hele losse
Bossche bol
lekker dol
soms moesten ze er voor tossen.
De ekster
Er zocht een ekster in Maastricht
hebberig en doelgericht
naar blingblingen
en gouden dingen
voor zijn nest van groot gewicht.
De vink
Student Vink dat moet je ‘geleuven’
zocht iets dat rijmt op Leuven
zo zegt hij dat
in deftig plat
en ‘t maakt van zeven mooi ’n zeuven
De kauw
Een kauw lustte in stad Hasselt
onder de Kempen, die lösse bult
een speculaasje
en erbij ’n glaasje
met jenever uit het vat gevuld.
De Vlaamse Gaai
Een circusgaai in Ant’werpen
was zijn messen aan ’t scherpen
maar gooien niet
naast een griet
want hij mistte de hand van werpen
De Turkse tortelduif
Een tortelduif uit Lelystad
vroeger was daar water zat
viel als allochtoon
niet uit de toon
omdat elk er pas droge voeten had.
De kraai
Een zwarte kraai uit Haarlem
was niet goed bij zijn stem
en maar krassen
tussen de bassen
‘Stil’, werd dan ook verzocht met klem.
De kokmeeuw
Een meester kok uit Middelburg
sneed zijn vlees dun als een chirurg
als een microcoupe
zonder een loep
niet te zien zijn CÈte Medi-Bourg.
Guido van Geel
Ingezonden door
guido
Geplaatst op
11-11-2014
Over dit gedicht
' Een praatje bij een plaatje', zei de stadsdichter en rommelde in zijn laatje.
Geef uw waardering
Op basis van 5 stemmen krijgt dit gedicht 3 van de 5 sterren.Tags
Guidovangeel Limericks NederlandReacties op ‘Limericks over de tuinvogels 10 t/m 18.’
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
