Gedichten check: Niet wachten asjeblieft
|
startpost
|
|
|---|---|
|
Stojka Berichten: 6 |
Niet wachten alsjeblieft Ik weet dat je denkt dat hij van je houdt Dat hij het niet aankan maar het toch zeker wel doet, van jou houden. Echter, Hij wilt je niet Hij denkt niet aan je Hij slaapt met een ander Hij voelt zich geborgen bij een ander Hij ziet je niet Je verdoet je tijd Het vloeien van je tranen laat hem onbewogen Hij heeft jou nooit willen zien bewegen Je was als een sprookje voor hem En toen jij je lelijke eindjes toonde ging zijn zoektocht naar het ontastbare verder Laat het je breken Laat het je voelen Maar alsjeblieft hou op met wachten, hij houdt niet van je |
| reactie 1
|
|
|
gekke-ikke Berichten: 28 |
Dit zal voor zoveel mensen zo herkenbaar zijn. echt heel mooi geschreven! Eigen ervaring? je kunt me altijd mailen |
| reactie 2
|
|
|
-leo- Berichten: 1 |
Lijkt uit het hart geschreven. Mooi gedicht! Over de spelling: "Hij wilt je niet"; moet zijn: "Hij wil je niet" Wanneer hij, zij,het, of men, voor een werkwoord in de tegenwoordige tijd enkelvoud staat dan schrijft men stam + t . B.v. Ik loop; zij loopt; hij loopt; men loopt / ik onderscheid; hij onderscheidt / ik word; hij wordt; zij wordt; men wordt. Uitzonderingen zijn wanneer "jij of je" achter de stam van een werkwoord staan en alleen dan wanneer "je" door "jij", en "jij" door "je" vervangen kan worden. B.v. ik word; jij wordt; hij wordt; zij wordt; men wordt; wordt men; U wordt; wordt U. Maar het is; je wordt ; word je / jij wordt; word jij. (deze jij en je achter de stam van het werkwoord, kunnen door elkaar vervangen worden, dus geen extra "t" Het komt ook voor dat "jij en je" achter de stam van een werkwoord NIET door elkaar vervangen kunnen worden: B.v. "Wordt je vader vijftig" Nu schrijf je wel een "t" op het eind, immers; je kan het "je" hier niet door "jij" vervangen, lees maar: "Wordt jij vader vijftig" Nu even wat voorbeelden op een rijtje volgens de algemeen geldende taalregel: Ik loop; ik fiets; ik onderscheid; ik word; ik vertel; ik slaap; ik raad. Hij loopt; hij fietst; hij onderscheidt; hij wordt; hij vertelt; hij slaapt; hij raadt. Zij loopt; zij fietst; zij onderscheidt; zij wordt; zij vertelt; zij slaapt; zij raadt. Het loopt; het fietst; het onderscheidt; het wordt. Je loopt; je fietst; je onderscheidt; je wordt. U loopt; U fietst; U onderscheidt; U wordt. Men loopt; men fietst; men onderscheidt; men wordt. * Nu "jij", "je", "U", of ""men" achter de stam van het werkwoord: Loop jij, fiets jij; onderscheid jij; word jij. Loop je; fiets je; onderscheid je; werd je. Loopt U; fietst U; onderscheidt U; wordt U. Loopt men; fietst men; onderscheidt men; wordt men. * Nu "je" achter de stam van een werkwoordt waarbij de "t" wel geschreven wordt: (Hierbij is "je" niet vervangbaar door "jij"!) Loopt je vader; fietst je moeder; onderscheidt je zuster; wordt je huis. In je gedicht gebruik je het werkwoord "willen" dat in gebruik een uitzondering maakt op de algemeen geldende regels; Ik wil; Jij wilt, je wilt (jij wil en je wil zijn ook toegestaan); hij wil, zij wil, het wil. wil je; wil jij; wil men; wilt U ("wil U" is ook toegestaan maar minder gebruikelijk); wil je vader. Ben "een beetje op hol geslagen", maar ik zit hier in een ziekenhuis wachtkamer bij nacht en mijn reageren doodt de tijd een beetje. Ik hoop dat U er iets aan heeft. Met vriendelijke groet, Leendert |
| reactie 3
|
|
|
Stojka Berichten: 6 |
Hartelijk dank beide voor de reacties! Ik heb dit gedicht voor mezelf geschreven. Ik zal de spelling verbeteren (niet mijn sterkste punt). Bedankt! |
| Naar boven | |
