Huiskamer: Zonsopgang - J.A. dèr Mouw
|
startpost
|
|
|---|---|
|
Bartart Berichten: 262 |
Hallo, ik heb voor school een analyse van een gedicht moeten maken, waarbij ik voor het gedicht "Zonsopgang" uit Brahman door J.A. dèr Mouw heb gekozen. Het gedicht leende zich hier perfect voor, heel veel symboliek en achterliggende gedachtes. Als je nog iets ziet wat ik gemist heb, of het niet eens bent met mijn interpretaties, voel je niet bezwaard een reactie te plaatsen! Zonsopgang Spookt op uit Indië’s zee reuz’ge infuzorie Met stralen, die geel, rood, groen fosforeren Of spreidt tot waaier zijn laaiende veren Magische spieg’ling van Australi’s glorie? Of wil Aegypte’s phoenix door zijn glorie Zijn zon, verjongend nest van vlammen, eren Wil Afrika ’t heelal illumineren Met vuur uit palmendrager Rowenzon? Ik wilde dat, tot volmaking van ’t wonder, Mijn stem ’t metalen timbre kreeg van donder, ’T geweld van wereldzee-tellende orkaan, En dat ‘k, ver over welvende aardelanden, De zon kon groeten, in gigantenhanden Als spreektrompet een trechter van vulkaan. Rijm De dichter maakt gebruik van volrijm om het laatste woord (dus eindrijm), met een omarmend rijmschema volgens A-B-B-A-A-B-B-A-C-C-D-E-E-D Spookt op uit Indië’s zee reuz’ge infuzorie A Met stralen, die geel, rood, groen fosforeren B Of spreidt tot waaier zijn laaiende veren B Magische spieg’ling van Australi’s glorie? A Of wil Aegypte’s phoenix door zijn glorie A Zijn zon, verjongend nest van vlammen, eren B Wil Afrika ’t heelal illumineren B Met vuur uit palmendrager Rowenzon? A Ik wilde dat, tot volmaking van ’t wonder, C Mijn stem ’t metalen timbre kreeg van donder, C ’T geweld van wereldzee-tellende orkaan, D En dat ‘k, ver over welvende aardelanden, E De zon kon groeten, in gigantenhanden E Als spreektrompet een trechter van vulkaan. D Metrum Ook is er enjambement te herkennen, bijvoorbeeld “Of wil Aegypte’s phoenix door zijn Glorie (volgende regel) Zijn zon…â€. Structuur De eerste 2 strofen zijn Kwatrijnen en de laatste 2 strofen zijn Terzines. Na de eerste 2 strofen komt er een chute, het onderwerp word nu namelijk persoonlijk gemaakt. Dit duidt, samen met het schema van het gedicht, op een Sonnet. Interpretatie De eerste twee strofen schetsen een beeld van de wereld, de zon, van heel Brahman. Dit kan je zien in de referenties die hij maakt naar de zee, een wereldlijk element wat wij allemaal kennen, en nog meer alom bekende natuurlijke elementen zoals bergen, planten, maar ook de zon en het heelal. Hij laat zien hoe groots de natuur is maar ook hoe sierlijk met voorbeelden als Infuzorie (oplichten van algen in de zee) en de Feniks (een sierlijke vogel die uit zijn eigen as wedergeboren wordt, volgens de Egyptenaren doet het dier dit om mee te kunnen doen aan het wedergeboren worden van de wereld). Wat steeds terugkomt, is hoe de verschillende delen van de wereld de zonsopkomst op een bepaalde manier reflecteren. Indië doet dit door de Infuzorie in de zee, Australië doet het licht van de zon verwaaieren (natuurfenomeen), Egypte heeft het verhaal van de Feniks en het Rwenzori gebergte in Afrika heeft permanent besneeuwde toppen en gletsjers die het licht regelrecht weerkaatsen naar de hemel. Bij het lezen van deze strofen kan de Zon als God gezien worden. Het reflecteren van deze Zon wordt als het eren van de Zon gezien (dit wordt bij de regels over de Feniks concreet gemaakt), hierbij ook een dankbaarheid uitend door het Goddelijke licht niet verloren te laten gaan. De schrijver illustreert dus de relatie tussen God en Aarde, wat in zekere zin gelijk staat aan Brahman. Daarnaast is ook met de Feniks weer een connectie met Brahman te maken, Brahman staat namelijk ook voor de tijdcyclische schepping en vernietiging en tegelijk voor de onveranderlijkheid, net als de Feniks die zichzelf blijft scheppen scheppen en vernietigen zonder werkelijk te veranderen. In de laatste helft van het gedicht wordt het eerder uitgelegde thema persoonlijk gemaakt. Hierin maakt de dichter duidelijk dat hij opkijkt naar de grootsheid van de natuur, maar vooral naar hoe de natuur zich groots uit en zo de Zon, God, eert. Al is hij niet zo groots als de natuur, hij zou toch de zon willen kunnen eren met wat hij wel kan, namelijk dichten. Dit maakt hij duidelijk in de zin “Mijn stem 't metalen timbre kreeg van donder, 't geweld van wereldzee-tillende orkaan.â€, waarbij zijn stem zijn dichtkunst is. Hij maakt duidelijk niet uit het veld geslagen te worden door zijn formaat. Ook de eencellige organismen uit de eerste regel (die over Infuzorie) kunnen immers de Zon begroeten. Door in trompetvorm gevouwen handen vertelt hij zijn gedichten aan de mensen (dit maakt hij duidelijk door de zin “over welvende landenâ€, het gaat dus niet direct naar de Zon) en wil zo de Zon begroeten. De spreektrompet met trechter van vulkaan staat symbool voor de hitte van de Zon, waaraan hij dit alles toch te danken heeft. -Bart |
| Naar boven | |
