Korte verhalen check: ik wil je beschemen
|
startpost
|
|
|---|---|
|
sharingan Berichten: 45 |
In mijn kamer is het rustig. daar kan niks me storen. Daar ben ik veilig. Geen kwaad kan zicht door de kieren in mijn muren wringen. Het is er warm klein en knus. Hier ben ik veilig. De zinnen schieten door mijn hoofd. Elke keer maar weer. Want dat is wat ik wil. Ik wil dat mijn kamer veilig is. Dat ik hier niet bang hoef te zijn. Maar als ik redelijk ben weet ik dat ik mezelf voor de gek hou. Nergens ben ik veilig. Het geschreeuw dat ik probeerde uit te bannen word steeds duidelijker. Word steeds harder. ‘nee, niet veilig’ schiet het door mijn hoofd. Ik open mijn ogen en doe de muziek uit. ik zit in kleermakerszit op mijn bed die in de hoek van mijn kamer staat. Schuin tegen over mijn bed staat de deur. Ik kijk naar de deur. Ik moet in grijpen. Hij is echt boos. Heel boos. Ik sta op en open zo zacht mogelijk de deur en open het een beetje. Ik slaap op zolder dus het geschreeuw komt van beneden. De eerste etage. Langzaam loop ik de trap af. Ik loop niet langzaam omdat ik bang ben. Ik ben wel bang. Maar weet dat het niks uitmaakt. Ik loop langzaam zodat ik mijn gezicht kan omplooien tot een niets ziende uitdrukking. Zodat hij niet kan zien wat ik denk. Zodat ik hard sterk en koud overkom. Het is een truc die ik mezelf heb aan geleerd om hem in verwarring te brengen. Dan heb ik een beetje het gevoel ook iets controle over hem te hebben. En zodat ik mijn eigen gevoelens beter in bedwang kan houden. Ze staan boven aan de trap naar beneden. Hij schreeuwt naar haar en zwaait met zijn armen. Ieder ander zou de doodsangst in haar ogen herkennen en weten dat de grens is bereikt. Maar hij niet. Als hij boos is is hij blind. Dan ziet hij alleen maar een rode wolk en de voor hem terechte rede om boos te zijn. De tranen lopen over haar wangen. En ze huilt zachtjes. Haar armen hangen levenloos langs haar lichaam en ze staat te beven van angst. En hij maar door tieren. Om wat eigenlijk? Vast weer om niks. Nu ik haar zo zie staan lukt het me beter om boos te zijn en mijn gezicht op donder te zetten. Ik loop verder naar beneden. En blijf op de laatste trede staan. ‘wat is hier aan de hand?’ vraag ik zo rustig mogelijk. ‘Ga weg da gaat je niks aan! ze heeft maar te leren!’ vanbinnen krimp ik in een van de toon. Hij is nu op zijn gevaarlijkst. Maar ik mag niks laten merken van mijn angst. ‘en jij denkt dat ze op deze manier leert!’ kaats ik terug. Hij kijkt me boos aan. en draait zicht weer terug naar haar. ‘vertel jij je us maar wat je hebt gedaan’ zegt hij sluw. Ze kijkt op van de grond en kijkt me met haar rood omrande ogen aan. Ik wil naar haar toelopen. En haar in mijn armen houden. haar strelen n fluisteren dat het wel weer goed komt. Maar dat kan ik nu niet doen. Niet waar hij bij is. ‘weet ik niet meer’ zegt haar breekbare stem zachtjes. En ze kijkt weer naar de grond. ik vraag me af of ze de grond wel zal zien met al die tranen. ‘WAT!’ hij draait zich in een ruk naar haar toe. Hij heft zijn hand. Ze ziet het komen en houd beschermend haar armen voor haar gezicht. … De klap kletst na en ik hoor hem nog vele male in mijn hoofd door gaan. Ik was te traag. Ik kon het weer niet voorkomen. Woede raast door me heen. Maar het is niet genoeg. De angst neemt het van me over. Ik sta aan de grond genageld. Ik had haar moeten helpen. Haar hoofd draaide een kwart mee. ‘auwww’ gilde ze. Ze huilde nu heel hard. Ik stap de trap af en wil naar haar toe lopen. Maar het gaat niet. Mijn lichaam beweegt niet verder dan een voet van de laatste trede. Waarom weet ze niet dat huilen het alleen maar erger maakt. Dat hij dan alleen maar bozer word. Dat het alleen maar meer pijn tot gevolg heeft. ‘niet gaan janken teef! Ik zal je wat te janken geven!’ Hij heft zijn hand weer. Ik kan het niet aanzien. Haar ogen worden groot van schrik. Ik schiet naar voren. Hij mag haar niet nog eens raken. Zijn arm schiet door de lucht. Om haar met vlakke hand volop te raken. Ze doet een stap naar achteren. Niet ver genoeg Niet snel genoeg De hand raakt haar als nog volop in het gezicht. In een poging nog een stap naar achteren te zetten mist ze. Onder haar was de trap. Vol ontzag zie ik hoe ze haar altijd zo perfecte evenwicht verliest en achteruit naar beneden valt. Haar reflexen nemen het over en ze maakt zich bol. Waardoor ze als een bal de trap af rolt. Ik duw hem opzij. Kan me niet schelen dat hij groter en sterker is. Ik ren de trap af achter haar aan. ik hoor een vage schreeuw ‘nee’ roepen. Het geschreeuw slaat over in gegil. Ik en het zelf. Ik roep haar naam. De trap heeft halverwege een bocht. Met haar hoofd knalt ze tegen de leuning in de bocht. Een voor mij oorverdovende boem geeft de klap van haar hoofd tegen de leuning aan. haar lichaam niet meer in staat in reflex te reageren rolt als een zoutzak de laatste zes treden af. Waarna haar hoofd als eerst de grond taakt en haar lichaam erover heen rolt.. ik spring over haar heen en laat me op mijn knieën bij haar hoofd zakken. Mijn tranen waar ik me al nauwelijks van bewust ben stromen over mijn wangen. Ik til haar hoofd ietsjes op en leg het op mijn schoot. Binnen enkele secondes is mijn broek doorweekt van haar bloed. Ik streel haar voorhoofd. En op het moment dat ik haar wil toe fluisteren dat et wel goed komt. Is hij ook beneden. Hij knielt zich naast het gewonde lichaam van zijn dochter. De andere helft van de tweeling. De nog levende helft. Hij huilt, en pakt haar hand vast. Ik went mijn blik van haar gewonde hoofdje en kijk hem aan. Het monster. De duivel. De moordenaar. ‘Kankerop! Rot op! Ga weg! Move!’ ik begin naar hem te schreeuwen. Jarenlange binnen gehouden frustraties komen naar buiten. Pure haat jegens hem maakt zich los. En ik sta het toe. Hij kijkt me geschrokken aan. ‘mijn kind’ preveld hij. ‘mijn schatje’ ik kijk hem woedend aan. ‘want nou jou kind! Een vader hoort voor zijn kind te zorgen het te beschermen. Ik heb het jou nog nooit zien doen! Jij verdient haar niet! Ze is altijd zo lief en onschuldig en jij hebt het nooit in haar gezien. je hebt haar nooit zien lachen. Je zag alleen haar slechte kanten!’ ik stop even om op adem te komen. ‘ze werd gepest en daar weet jij niks van. Je weet niet dat ze het slecht doet op school omdat ze dyslexie heeft. Je weet niks van haar! Ga nou weg en kom nooit meer terug. Jij bent haar en mij en mam niet waardig!’ tranen lopen over mijn wangen. Maar ik weet dat ik hem nu meer pijn doe dan ik voel om vertrek van hem. langzaam staat hij op. ‘je bent een monster..’ fluister ik hem nog zacht na als hij de hal uit loopt naar buiten. Een gesmoord geluid ontsnapt uit mijn keel. Ik mag mezelf nu niet verliezen. Ik moet sterk blijven. Voor haar. Voor haar.. Ik kus zachtjes haar hoofd. Ik pak mijn mobiel uit mijn broek zaken en bel 112. Ik meld dat ze van de trap is gevallen. Ik meld dat ze een gat in haar hoofd heeft. En dat ze flink bloed. Dat ze nog maar zachtjes ademt en dat haar hartje de echte levenslust kwijt is. Ze vragen naar mijn adres. Die geef ik ze. En ze zeggen dat ze er zo snel mogelijk aan komen. Maar is dat snel genoeg? Ik blijf haar hoofd strelen. Met mijn andere hand druk ik een beetje op haar hoofd wond. Ik fluister haar lieve woordjes in de ogen. ‘het komt wel goed’ ‘hij is weg’ Hij kan je geen pijn meer doen’ ‘ik ben bij je’ ‘ze komen je beter maken en dan is alles weer goed’ Ik zeg het niet alleen tegen haar. Maar ook tegen mezelf. Heel zachtjes hoor ik haar mijn naam fluisteren. Ik glimlach liefjes naar haar als ze heel langzaam haar oogjes open doet. ‘ik hou van je kleintje’ fluister ik. Kleintje is de bijnaam die ik haar heb gegeven. ‘ik ook van jou’ zegt ze terug. Ik maak een sst geluid. ‘je hebt rust nodig spaar je krachten’ ik aai haar wangen geef nog een kusje op haar voorhoofd. Met mijn andere hand streel ik haar armpje. Ze pakt mijn hand en laat het rusten. Ze zegt zachtjes mijn naam. ‘wat is er?’ ik weet toch wel dat als ze wat wil zeggen dat ze het ook wel zal zeggen of ik nu wil of niet. Ik heb er zelf ook last van. ‘ik ben bij je’ zegt ze ‘in je hart’ ‘daar zal ik altijd zijn’ Ik weet wat ze er mee wil zeggen. Ik weet wat ze bedoelt. Ik begin zacht te snikken. ‘niet gaan.. je kan me niet achterlaten’ snik ik. ‘ik ga niet’ zegt ze zacht. ‘ik blijf bij je. Ik zal altijd bij je zijn. Jij bent mijn zus. Jij zorgt voor me. Nu ga ik voor jou zorgen’ Na de laatste zin sluit ze haar ogen en blaast het laatste restje lucht uit haar longen. Terwijl haar hoofd opzij zakt zie ik dat ze glimlacht. Dat ze gelukkig is. Ik hou het niet meer en barst in tranen uit en snik hard. Ik sla op de grond naast me. ‘het is niet eerlijk!’ schreeuw ik telkens weer. Als ik weer rustig ben hoor de ik sirenes van de ambulance. Hij had de voordeur open gelaten toen hij weg ging. Twee mannen komen met een bancaire naar de voordeur toe gerent. Ze willen haar er op leggen. ‘jullie zijn al te laat’ snik ik. ‘ze is al weg’ de mannen doen nog een paar testjes en pogingen maar geven het dan ook op. Ze willen haar mee nemen. Haar van mijn schoot halen. Maar ik laat haar niet los. Ik wil wachten tot haar gehele lichaam koud is. En dan nog wil ik het verwarmen met het mijne. Ik kan het niet bevatten. Ze kan niet weg zijn. Dat mag niet. En toch sta ik het na enig tijd toe dat ze haar mee nemen. Een van de mannen vraagt me waar mijn ouders zijn. En ik geef hem het nummer van mam. Hij vraagt of ik mee ga naar het ziekenhuis. En ik weiger zijn aanbod. Mam zal daar ook zijn. En ik kan haar nu niet onder ogen komen. Ik doe de voordeur dicht als ze weg zijn. Ik hoop dat ze bij haar zus is. En dat ze het goed heeft. Ik loop de trappen op naar mijn kamer. Daar waar alles veilig is en alles goed. Houd ik mezelf weer voor. Maar dat gevoel zal ik nu nooit meer kunnen faken. Ik kijk naar mijn klerenkast. Daar boven op staat mijn koffer. Ik moet hier weg. Maar eerst heb ik nog wat zaakjes af te handelen. omdat mijn vorige verhaal zoveel zorgen opwekte zal ik nu al melden dat dit ook fictie is. het is mijn nachtmerrie vandaar.. ik hoop dat jullie het wel mooi vonden |
| reactie 1
|
|
|
DJolien Berichten: 772 |
groot verhaal. ik haal bijna een traantje, ik vind dit verhaal erg mooi. Maar diep van binnen raakt het me wel. Ik wil zoiets niet eens dromen. Ik wil niet dat je nog zoiets gaat dromen. Want ik wil niet dat je verdrietig bent als je wakker word. Soms lijken dromen zo echt. Dat je helemaal van slag bent. Het is niet vreemd. Want een zusje is een dierbaar persoon. Die wil je beschermen. En dat is logisch. Want een zusje is een bijzonder deel in je leven.... xJeGroteZus |
| reactie 2
|
|
|
sharingan Berichten: 45 |
dankje voor je complimenten :3 en over deze nachtmerri het heeft me 3 maanden gekost voor ik de moed had hem op te schrijven. als ik dat doe lijkt alles zo permanent. maar deze week kreeg ik de droom 2 nachten achterelkaar en ben er bij gaan dagdromen. dat werd voor mij de rede om het op te schrijven. ik ben vanplan hier ook echt een verhaal van te maken. liefs M. |
| reactie 3
|
|
|
Verwijderde gebruiker Berichten: 31 |
Wauw,, Dit verhaal raakt me echt. Werd er helemaal stil van. Bizar dat dromen zo echt lijken...Ik hoop dat je al wat bent bijgekomen van de nachtmerrie. Zo mooi, en zielig... x |
| reactie 4
|
|
|
DJolien Berichten: 772 |
geen dank Myrthe, ik heb verder geen reactie. Alleen MevrZakelijk- ik sluit me aan bij joun tekst. X Liefs j. |
| Naar boven | |
